-
Ela ela, ge moet gij azuu nie noir
de meiskies kijkn, zan.
-
Zoek gien keure en, peisde?
-
Seg, uurek ui nog?
-
Moir zoetse to, kbennekik ui moir
ant plogn zan.
-
Och gije plogstok, gij.
-
Ze nes mij pertang nie vrende.
(Baffe!)
In vertaling levert dat deze mooie
(maar bijlange niet zo mooi als de originele) conversatie op:
-
Kijk daar, zei hij, zo’n mooie
vrouw.
-
Hela, hela, jij moet niet zo naar
de meisjes kijken, hoor.
-
Zou ik geen kans maken, denk je?
-
Zeg, hoor ik je nog?
-
Maar liefje toch, ik ben je maar
aan ‘t plagen, hoor.
-
Och, plaaggeest die je bent.
- Ze is mij nochtans niet vreemd.
(Bam!)
In de reeks Zuidwestoostvlaamse gezegden, deze
week:
-
Kroize zei dn oize en ie kreeg en
scheute in zeen bloize
"Goede moed", zei de haas en hij kreeg een kogel in zijn blaas.
BeantwoordenVerwijderenGeert