Posts tonen met het label Favorieten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Favorieten. Alle posts tonen

dinsdag 30 juni 2015

Favorieten (7)

Jean-Paul Sartre Walging

Filosoof en existentialist Sartre vertaalt zijn filosofisch gedachtegoed naar het ogenschijnlijk eenvoudige, maar wel degelijk sublieme verhaal van Antoine Roquentin, die in de provinciestad Bouville woont en schrijft over ene markies de Rollebon. Hij leidt er een eenzaam bestaan, heeft het avontuur achter zich gelaten en komt tot diepzinnige gedachten, zoals bijvoorbeeld de ontdekking dat zijn werk en leven absurd en zinloos zijn. De gewone dingen des levens, de kleine dagelijkse werkelijkheid – een steen, een papiertje dat hij opraapt – roepen plots een soort angst en afschuw op. De betekenis van de dingen is niet langer vanzelfsprekend, hij ontdekt de zinloosheid van het bestaan en die knaagt aan hem. Hij voelt een afkeer van het leven en van de noodzakelijkheid om daar een invulling aan te geven, hij veracht de mensen die denken bestaansrecht te hebben. Het pure bestaan heeft geen oorzaak, besluit hij. De mens bestaat en daarmee uit, hij heeft te bestaan, niet meer, niet minder.
Sartre beschrijft de overpeinzingen van zijn hoofdfiguur op zeer indringende wijze. Antoine denkt en zoekt, doorploegt en doorgrondt uiteindelijk de wereldse verschijnselen en zijn eigen bestaan, de angst die hem dat allemaal inboezemt en de walging die het hem bezorgt.
Antoine’s innerlijke gedachtegang wordt afgewisseld met gesprekken die hij voert met de Autodidact, die het presteert de hele bib per alfabet te lezen, die het humanisme omarmt en van de mensen houdt. Humanisme tegenover onverschilligheid, individualisme tegenover altruïsme, het zijn maar enkele van de tegenstellingen die de wijsgerige bespiegelingen oproepen waarin Sartre als geen ander een ware meester is.


Op uiterst nauwkeurige en zelfs beklemmende wijze verwoordt Sartre zijn filosofische opvattingen in deze meesterlijke roman, die in tegenstelling tot zijn puur filosofische werk, zeer leesbaar is en handelt over het existentialisme dat de mens volledig vrij laat in zijn keuzes en hem de verantwoordelijkheid geeft over zijn eigen bestaan. Het zet aan tot nadenken over je eigen leven en het bestaan in het algemeen. Een prachtige parel om te koesteren, deze Walging.

donderdag 23 januari 2014

Favorieten (6)

Na het onvolprezen Stoner kwam er eind 2013 met Butcher’s Crossing alweer een nieuwe  John Williams uit, en het was opnieuw een schot in de roos. Het boek volgt de jonge Will Andrews die zijn studie opgeeft voor een queeste naar avontuur in de Far West van 1870. Hij komt terecht in het verlaten dorp Butcher’s Crossing, waar hij de bizonjager Miller aantrekt voor een jachtexpeditie. Samen met vilder Schneider en ossenmenner Hoge trekken ze op pad.
Wat volgt is een hallucinante tocht vol ontberingen door het Amerikaanse wilde westen, dat Williams zo visueel weet voor te stellen dat me spontaan beelden uit lang vervlogen Andy en Bessy-strips voor de geest kwamen. De jacht zelf is zo gruwelijk realistisch in beeld gezet dat je maag er soms bij omkeert – nee, geen voer voor veggies – maar je kunt je voorstellen dat het er ooit zo is toegegaan.
Naast het meeslepende avontuur ligt de nadruk wel degelijk op de vier karakters en de onderlinge verhoudingen tussen hen, die, zoals we na het lezen van Stoner weten en ook verwachten, messcherp worden ontleed. Miller is de koppige, meedogenloze jager, Schneider de beroepsklager, Williams de toeschouwer, en Hoge de religieuze zot met een vijs los. De winter die vroeger dan verwacht invalt en de mannen insluit, geeft de auteur de loep waaronder hij ze langdurig en in de penibelste der omstandigheden bekijkt. Het landschap is overweldigend, de natuur is rauw en hard en de mannen zijn al die tijd bezig met krampachtig proberen te overleven.
Daarmee is de kous niet af. Na alle deining die ze al hebben gehad, komen de vier mannen in nog meer rampzalige toestanden terecht. Als geen ander weet Williams zijn verhaal te larderen met kracht, spanning en emotie (al is die soms ingehouden), en evengoed met zinnen en gedachten die je bijwijlen van je paard (of os) doen vallen. Een topper zowaar.

dinsdag 9 juli 2013

Favorieten (5)



De Opwindvogelkronieken van Haruki Murakami lezen is een volstrekt begeesterende ervaring. Je treedt een magische wereld binnen, waar de meest onmogelijke dingen toch waar kunnen zijn, en omgekeerd. Het verhaal is vrij ingewikkeld en amper samen te vatten (maar dat doet niets af aan het leesplezier). Toch een kleine poging:
De 30-jarige Toru Okada is werkloos geworden en schikt zich min of meer in de leegte van het leven. Zijn kat is zoek en nadien ook zijn vrouw Kumiko, waarbij haar broer Noboru Wataya, een dubieuze politicus, een mysterieuze rol speelt. Later krijgt Toru een brief van Kumiko, die het einde van hun relatie bevestigt.
Ondertussen krijgt Okada rare, erotische telefoontjes en ontmoet hij enkele zonderlinge figuren. Om te beginnen de zusjes Kreta en Malta Kano, beiden genoemd naar de eilanden. May Kasahara is een jong buurmeisje dat werkt in een pruikenfabriek. Haar ontmoet hij in een steegje, waar de opwindvogel uit de titel elke dag een geluid voortbrengt dat lijkt op het opwinden van de veren van de wereld. Bij een huis aan het einde van dat steegje, is een diepe put. Daar gaat Okada in zitten om na te denken over de wereld en om die proberen te begrijpen. “In een werkelijk diepe duisternis worden allerlei vreemde dingen mogelijk.” Ook ontmoet hij moeder Nootmuskaat en haar zoon Kaneel, die hem helpen bij het opsporen van zijn vrouw.
Naast wat Okada allemaal aan den lijve meemaakt, wordt de roman doorspekt met verhalen over de oorlog in Mantsjoerije in de jaren 40, waarbij een door Japan bezet gebied op de grens van China en Rusland door de Russen wordt veroverd. Luitenant Mamiya valt er in Russische handen en dat levert een bijzonder ijzingwekkend verhaal op.
Aanvankelijk ondergaat Toru Okada de gebeurtenissen, alles overkomt hem, zonder dat hij goed weet wat ermee aan te vangen. Daarmee lijkt hij op veel stuurloze mensen in een bevreemdende wereld. Een typisch Murakami-thema is dat, net als de zoektocht naar wat verloren is. “Ik wil de chaos van de wereld opdrinken en een allesomvattende roman schrijven waarin ik een manier aan de hand doe om uit die chaos wijzer te worden”, zegt hij er zelf over.
Dit is een briljante roman waarin Murakami een geheel eigen, bizarre wereld ontwerpt. Het is een kluwen van gebeurtenissen, vaak bovennatuurlijke, en de een al vreemder dan de andere. Toch weet de auteur die zo goed in te pakken dat het allemaal echt en aannemelijk lijkt. Misschien is die wereld wel minder bevreemdend dan de werkelijke wereld.
Een boek van Haruki Murakami lezen – hij heeft er inmiddels een vijftiental geschreven – levert een bevreemdende, zelfs verbluffende leeservaring op, een totale onderdompeling in een magische en bizarre wereld, waarin je alle kanten opgaat. Vanaf de eerste zinnen word je erin opgezogen en dat gaat zo door tot de laatste bladzijde. Als je niet oplet – maar ook als je wel oplet – raak je verslaafd, en het leuke is dat dat niet eens erg is, integendeel.

dinsdag 11 december 2012

Favorieten (4)

John Fante (1909-1983) was een Italiaanse immigrant en metselaarszoon die in Los Angeles woonde, en daar schrijver probeerde te worden. Hij slaagde erin enkele kortverhalen te publiceren in lokale Amerikaanse tijdschriften. Vaak gingen die verhalen over zijn jeugd in Colorado. In 1938 publiceerde hij zijn eerste roman Wacht tot het voorjaar, Bandini, die in ons land bekendheid verwierf door de verfilming van Dominique Deruddere in 1989. Het boek gaat over de 14-jarige Italiaanse immigrantenzoon Arturo Bandini, die samen met zijn familie en met veel moeite het hoofd boven water probeert te houden. Zijn vader Svevo heeft als metselaar grootse plannen, maar daarmee kan hij de armoede waarin de familie leeft, niet lenigen. Met vallen en opstaan slaan ze zich een weg door het leven.

Naast andere romans volgen later Vraag het aan het stof, Dromen van Bunker Hill en De weg naar Los Angeles, die alledrie over dezelfde Arturo Bandini gaan, wiens ambities huizenhoog reiken, maar amper worden ingelost. Bandini is zeker geen loser, maar stuntelt toch wat af in de queeste naar zijn onbereikbare dromen. Zijn streven naar erkenning en rijkdom door middel van het schrijverschap is aandoenlijk, zijn bandeloosheid als hij zijn sporadisch verdiende centen over de balk gooit al wat minder. Armoede wordt afgewisseld met euforie, eenzaamheid met onmogelijke liefdes. Dat maakt hem tot een zeer wispelturig en onhandig, maar vooral kleurrijk personage.
 
John Fante beschrijft zijn Arturo Bandini met veel mededogen en een grote emotionele betrokkenheid. Je kunt je nooit van de indruk ontdoen dat er veel van zichzelf in het personage zit. Met veel humor maakt hij hem springlevend en heel menselijk, wat het lezen van zijn boeken tot een groot plezier maakt. De Bandini-boeken zijn stuk voor stuk juweeltjes. De andere ook.



zondag 21 oktober 2012

Favorieten (3)

Met Honger, gepubliceerd in 1890, katapulteerde Knut Hamsun zichzelf in één klap de top van de wereldliteratuur in. Talloze omzwervingen in Noorwegen en de Verenigde Staten hadden van hem een ervaringsdeskundige gemaakt op het gebied van overleven, twaalf stielen en dertien ongelukken, hongerlijden en vruchteloos zoeken naar literaire erkenning. Deze roman is dan ook grotendeels autobiografisch en gaat over een beginnende journalist die in Oslo artikelen probeert te schrijven en te slijten, en daar maar moeilijk in slaagt. Voortgestuwd door een knagende honger, zwerft hij door de winterse straten op zoek naar eten en een slaapplaats voor de nacht.

Het boek is een magistrale beschrijving van een mens die zijn dagelijkse strijd voert tegen de verschrikkelijke honger – die hem tot voortdurende waanvoorstellingen en stemmingswisselingen drijft – en het effect ervan op zijn geest. Ondanks de aanhoudende en schrijnende honger, houdt hij de schijn op en aanvaardt geen hulp, hij weigert zijn waardigheid te verliezen.

Het boek focust haast volledig op de innerlijke wereld en individuele daden, gedachten en gevoelens van de protagonist, een techniek die later bekend werd als de stream of consciousness en die gebruikmaakt van de monologue intérieur. Het uitgangspunt is louter subjectief, alleen de ik-persoon spreekt, er wordt niet ingezoomd op oorzaken en gevolgen, politiek of sociaal onrecht.

Ondanks de leeftijd van het boek is de stijl modern te noemen. Hamsun weet het donkere thema, dat ook vandaag nog tot de verbeelding spreekt, in te pakken in galgenhumor en ironie, en toch te vermengen met levenslust, wat leidt tot een vlot leesbare en meeslepende roman.

Ten slotte, anders dan Céline slaat Hamsun niet wild om zich heen, hij laat de dingen gelaten over zich heen komen en onderzoekt ze minutieus met een ontleedmes. Aan de kwaliteit van Honger doet het niets af, maar net als Céline werd Hamsun later controversieel omdat hij tijdens WO II sympathiseerde met de Duitse bezettingsmacht. Wat was dat toch met die mannen toen?

maandag 9 juli 2012

Favorieten (2)

Mijn absolute favoriet is de trilogie van Kerstin Ekman: Wolfshuid, Het laatste hout, en Krasloten.

Elk woord, elke zin is een streling voor de geest. Compositie van woorden. Snel lezen zou een zonde zijn. Langzaam genieten is de boodschap. 

Kerstin Ekman beschrijft in een meesterlijke stijl het alledaagse (nu ja…) leven in het onherbergzame hoge noorden van Zweden. In 1916 reist de jonge Hillevi Klarin naar Svartvattnet waar zij een baan aanvaard heeft als vroedvrouw. Het boek beschrijft het barre, harde leven vanuit het standpunt van een zelfstandige, of moet ik zeggen opstandige, jonge vrouw.

In het tweede boek is haar dochter Myrten, tegen de achtergrond van de tweede wereldoorlog, het hoofdpersonage. Het derde boek verhaalt over, hoe kan het ook anders, de kleindochter van Hillevi. Ingefrid Mingus is op zoek naar haar moeder, Myrten, die haar ter adoptie afstond en komt terecht bij Kirstens, de pleegzus van haar moeder, en de kunstenaar Elias Elv die ook al een rol speelt in het tweede boek.



Kerstin Ekman beschrijft op een meesterlijke wijze een vergane maatschappij vanaf het harde, ongenadige leven begin 20ste eeuw tot de leegloop van het noorden in de jaren ’80. De drie boeken kunnen eigenlijk in willekeurige volgorde gelezen worden. Jammer genoeg uitverkocht in de boekhandel, maar wel verkrijgbaar in de bieb en – met veel geluk – in De Slegte.  Nu ik erover schrijf krijg ik zin om de boeken voor de 4de keer te lezen. Dat wordt weer genieten in Italië…


Bijdrage door Anne Vanmaercke

woensdag 4 juli 2012

Favorieten (1)

In deze nieuwe rubriek komen de beste boeken aan bod, de ultieme leeservaringen, de crème van het boekendom, de top van de taal of van de vertelkunst, het kruim van het geschrevene dat iedereen gelezen wil hebben.
En dan nog blijft alles subjectief.


Reis naar het einde van de nacht van Louis Ferdinand Céline werd gepubliceerd in 1932. Daarin laat Céline, zelf eerst dokter en dan schrijver, zijn alter ego, dokter Ferdinand Bardamu, op een zwartgallige en ironische, maar bovenal erg levendige en onderhoudende wijze te keer gaan tegen de maatschappij. Het is een lang uitgesponnen aanklacht tegen de banaliteit en de zinloosheid van het leven, tegen het pessimisme en het nihilisme van de wereld.

De lange, koortsachtige reizen die Bardamu onderneemt, zijn evenveel manieren om op sarcastische, maar smaakvolle wijze enkele maatschappelijke uitwassen aan te klagen. Hij trekt als onwetende, aanvankelijk enthousiaste soldaat naar wereldoorlog I, maar ervaart al vlug de absurde waanzin ervan. Daarna trekt hij op reis door Afrika waar hij frontaal botst op het brutale kolonialisme. Op zijn reis door Amerika trekt hij van leer tegen het kapitalisme en de grootstedelijke onverschilligheid, maar net zo goed ontdekt hij er de liefde. Terug in Parijs zet hij zich af tegen de domheid en het egoïsme van de mens.

Tegenover zoveel afkeer van de mens en de wereld, staat het mededogen dat hij als arts ontplooit voor de arme, uitgebuite sukkelaars, die hij als dokter zelfs kosteloos verzorgt. Het is die mix van ruig pessimisme en ontroerende menselijkheid die van De reis een heerlijke leeservaring maakt.

Wat het boek echter naar een uitzonderlijke literaire hoogte stuwt, is de volstrekt aparte stijl. Céline gebruikt de spreektaal van de gewone man. De vele weglatingen – de fameuze drie puntjes (…) die zijn handelsmerk zijn geworden –, de korte zinnen, de overdrijvingen, de eerlijke en ongezouten uitlatingen zorgen ervoor dat het verhaal op soms ontroerende, vaak flamboyante, maar altijd zeer plastische wijze en in sneltreinvaart voortdendert.

Vier jaar na dit ontegensprekelijke meesterwerk schreef Céline een tweede toproman Dood op krediet. Het zijn die beide werken samen die hem een uitzonderlijke plaats geven in de Franse en de wereldliteratuur. Nog enkele jaren later schreef hij verschillende antisemitische pamfletten, wat hem ook een erg controversieel etiket opleverde. Desondanks blijven zijn twee meesterwerken tot vandaag staan als een huis.