Dit boek met een van de mooiste titels uit de
wereldliteratuur verscheen in 1940 en werd verfilmd in 1968.
In een stadje diep in het zuiden van Amerika is
de doofstomme John Singer het aanspreekpunt voor vier zielen op de dool, maar
met de ambitie iets van het leven te maken. Copeland, de oude zwarte dokter,
probeert zijn zwarte medemensen warm te maken voor de strijd tegen hun povere
positie. Kroegbaas Biff Brannon probeert iedereen lief te hebben. Jake Blount
is een oude revolutionair, maar stuit vooral op onbegrip. Mick Kelly is een
puber en wil graag haar muzikale talenten ontwikkelen. Elk op hun manier zijn
ze op zoek naar de mogelijkheid om aan hun eenzaamheid te ontkomen, en komen ze
met hun verhalen en verlangens terecht bij de zwijgende Singer, die goedmoedig luistert
naar wat ze hem allemaal toevertrouwen. Hij biedt troost en compassie aan de
zoekende mens. Maar ondertussen kan hij zelf nergens terecht met zijn verhaal,
want zijn doofstomme vriend is in een instelling opgenomen.
Het zijn de jaren 30 in Amerika. Er heerst een
strikte rassenscheiding, er is armoede, honger, racisme, oorlogsdreiging. De
kans op een beter leven is dus veeleer klein, groter is de kans op
teleurstelling, wanhoop, eenzaamheid, uitzichtloosheid en desillusie. Opbeurend
is het dus allemaal niet, het onvermogen van de mens om zijn verlangen
werkelijkheid te doen worden. Alleen in de jonge Mick Kelly ligt een sprankje
hoop op een beter leven in de toekomst.
Dit boek baadt in een sfeer van melancholie, de
mens staat alleen in het leven maar heeft nood aan begrip en een luisterend oor,
vooral in een achtergestelde buurt, en berust. Heerlijk voor wie van het genre
houdt.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten