dinsdag 4 februari 2020

Moeilijke woorden (41)


onvermurwbaar: onverbiddelijk, meedogenloos, onbuigzaam, vastberaden

[r en w achter elkaar geven altijd problemen, zowel in uitspraak als in schrijfwijze]

° van het Latijnse mortarium, via het Duitse mürbe naar murw, wat zacht betekent

Haar strenge vader was onvermurwbaar en wilde niet over zijn hart strijken: haar gifgroen geverfde haren moest ze onmiddellijk afscheren.

maandag 3 februari 2020

Mooie zinnen (159)


Het recht in eigen handen nemen, dat betekende altijd iets destructiefs. Het betekende niet: het recht in eigen handen nemen om eens rustig aan tafel een goed gesprek te voeren. Hoe merkwaardig. Alsof het in onze manier van spreken ingebakken zat dat het recht niet anders dan op een gewelddadige manier uit te oefenen was.
(Aantekeningen bij een moord, Peter Vermeersch)