zondag 10 mei 2015

zaterdag 9 mei 2015

Poëtegem (52)



Dromen (Constantijn Huygens)

Ik denk overdag dat ik droom,
ik droom 's nachts alsof ik zag:
Was het 's nachts zo donker niet,
en niet zo licht bij dag,
't ware lastig uit de droom
van deze dromen te komen:
Of mijn droom denken is,
of mijn gedachten dromen!

woensdag 6 mei 2015

20 april 2015

De droomster van Oostende is een bundel met vijf verhalen van Eric-Emmanuel Schmitt. Normaal zijn we geen grote favoriet van verhalenbundels, maar deze heeft ons weten te bekoren/verleiden/in te palmen/raken tot onder ons vel. Bij wijze van overdrijving, maar toch. Vijf mini-romans, elk op hun beurt helemaal rond en mooi en af. En elk op zulkdanige wijze met elkaar verbonden dat ze werkelijkheid tegenover fictie plaatsen, en daar op rake, verrassende en speelse wijze twijfel tussen zaaien.
Het begint al in het titelverhaal waarin droomster op leeftijd Emma Van A. haar levens/liefdesverhaal vertelt aan de schrijver die bij haar logeert. Een hartstochtelijke romance met een Belgische prins, met pittige details en heftige erotica en al. De schrijver, die haar niet helemaal gelooft, vraagt zich toch af: “Hoe kon je het haar kwalijk nemen dat ze haar toevlucht had genomen tot het enige dat haar restte, haar fantasie, om aan haar bestaan te ontsnappen of het juist te verrijken?” Het is nog maar de vraag of de droomster vrede heeft met dat oordeel. En wat moet de lezer daar dan wel van denken? Schmitt speelt het klaar om die van het ene op het andere been te laten huppelen, bovendien zonder het de schrijver kwalijk te nemen ook. Wel integendeel.
Ook in de andere vier – vrij lange – verhalen worden droom en werkelijkheid op sluikse wijze door elkaar geweven. Het zijn verhalen vol leugens en verbeelding, waarheid en fictie, feiten en verzinsels en hoe die de levens van mensen bepalen, op hun kop zetten, beïnvloeden en markeren.

Heel leuk om te lezen, zoals wel meer boeken van Schmitt – zie ook Leestips (37) – en daar waren alle aanwezige lezers het roerend over eens. Te meer ook omdat de personages die erin aan bod komen – vooral vrouwen – stuk voor stuk sterke figuren zijn die ook nog eens tot de verbeelding spreken. 

zondag 3 mei 2015

Mooie woorden (58)



-          Oe loit est?
-          Kweet ni, ke gien arloeze an. Veur wadde?
-          Kmoe noir de begrovinge.
-          Oeijij, wien ester duud meschien?
-          Ne schuien avvekoit. Ie wordt verbrand ploitse van begrovn.
-          Goin zem uitstreuen?
-          Niens, ze goin em in een blekkie duuze doen en ip de schoue zettn.
-          Allee gij?
-          Ja, ge doet gij toch uuk d’assn van ui sigrette in ne sandrijee.

wordt volgens Geert (en volgens mij):

-          Hoe laat is het?
-          ‘k Weet het niet, ik heb geen uurwerk aan. Waarom?
-          Ik moet naar de begrafenis.
-          Oei, wie is er gestorven dan?
-          Een rare snuiter (letterlijk: advokaat). Hij wordt verbrand in plaats van begraven.
-          Gaan ze hem verstrooien?
-          Nee. Ze gaan hem in een blikken doos doen en op de schoorsteenmantel zetten.
-          Nee toch!
-          Jawel. Jij doet toch ook de as van je sigaret in een asbak.

In de reeks ‘tamelijk absurde conversaties’ (totale duur: 2,5 uren op een warme zomerdag op een bank in de zon), deze week:

-          Millenondedzju, wa gome nui krijgn?
-          Dakket ni en wee, jong...
-          Joajoa…, tes al da nie...
-          Joajoajoa…, tes van da kind zonder uufd...
-          Kzegge, kgoit goin zeggn...
-          Verdokelingn, wa goi da were mokn?
-          Joa joaaa…, en azuu newoir...
-          Verdeme, kpeize dat goi snuien...
-          Godvermiljaarde, zoedet peizn, jogt?
-          Joa joaaa, azu gepeist, azu vergoin...
-          Ah tzal nog goin beetren...
-          Nienient, jong, volgens mij goit smuurn...
-          Eh kzaluigoinèn...
-          Joa, van nui vuurt...
-          Tzal ui voiren...