Is je moeder een paard, dan heb je zelf ook een staart.
zondag 10 mei 2015
zaterdag 9 mei 2015
vrijdag 8 mei 2015
donderdag 7 mei 2015
woensdag 6 mei 2015
20 april 2015
De droomster van
Oostende is een
bundel met vijf verhalen van Eric-Emmanuel
Schmitt. Normaal zijn we geen grote favoriet van verhalenbundels, maar deze
heeft ons weten te bekoren/verleiden/in te palmen/raken tot onder ons vel. Bij
wijze van overdrijving, maar toch. Vijf mini-romans, elk op hun beurt helemaal
rond en mooi en af. En elk op zulkdanige wijze met elkaar verbonden dat ze
werkelijkheid tegenover fictie plaatsen, en daar op rake, verrassende en speelse
wijze twijfel tussen zaaien.
Het begint
al in het titelverhaal waarin droomster op leeftijd Emma Van A. haar
levens/liefdesverhaal vertelt aan de schrijver die bij haar logeert. Een hartstochtelijke
romance met een Belgische prins, met pittige details en heftige erotica en al. De
schrijver, die haar niet helemaal gelooft, vraagt zich toch af: “Hoe kon je het
haar kwalijk nemen dat ze haar toevlucht had genomen tot het enige dat haar
restte, haar fantasie, om aan haar bestaan te ontsnappen of het juist te
verrijken?” Het is nog maar de vraag of de droomster vrede heeft met dat
oordeel. En wat moet de lezer daar dan wel van denken? Schmitt speelt het klaar
om die van het ene op het andere been te laten huppelen, bovendien zonder het
de schrijver kwalijk te nemen ook. Wel integendeel.
Ook in de
andere vier – vrij lange – verhalen worden droom en werkelijkheid op sluikse
wijze door elkaar geweven. Het zijn verhalen vol leugens en verbeelding, waarheid
en fictie, feiten en verzinsels en hoe die de levens van mensen bepalen, op hun
kop zetten, beïnvloeden en markeren.
Heel leuk
om te lezen, zoals wel meer boeken van Schmitt – zie ook Leestips (37) – en daar
waren alle aanwezige lezers het roerend over eens. Te meer ook omdat de
personages die erin aan bod komen – vooral vrouwen – stuk voor stuk sterke
figuren zijn die ook nog eens tot de verbeelding spreken.
zondag 3 mei 2015
Mooie woorden (58)
-
Oe loit est?
-
Kweet ni, ke gien arloeze an. Veur
wadde?
-
Kmoe noir de begrovinge.
-
Oeijij, wien ester duud meschien?
-
Ne schuien avvekoit. Ie wordt
verbrand ploitse van begrovn.
-
Goin zem uitstreuen?
-
Niens, ze goin em in een blekkie
duuze doen en ip de schoue zettn.
-
Allee gij?
-
Ja, ge doet gij toch uuk d’assn
van ui sigrette in ne sandrijee.
wordt volgens Geert (en volgens mij):
-
Hoe laat is het?
-
‘k Weet het niet, ik heb geen
uurwerk aan. Waarom?
-
Ik moet naar de begrafenis.
-
Oei, wie is er gestorven dan?
-
Een rare snuiter (letterlijk:
advokaat). Hij wordt verbrand in plaats van begraven.
-
Gaan ze hem verstrooien?
-
Nee. Ze gaan hem in een blikken
doos doen en op de schoorsteenmantel zetten.
-
Nee toch!
-
Jawel. Jij doet toch ook de as van
je sigaret in een asbak.
In de reeks ‘tamelijk absurde conversaties’ (totale
duur: 2,5 uren op een warme zomerdag op een bank in de zon), deze week:
-
Millenondedzju, wa gome nui
krijgn?
-
Joajoa…, tes al da nie...
-
Joajoajoa…, tes van da kind zonder
uufd...
-
Kzegge, kgoit goin zeggn...
-
Verdokelingn,
wa goi da were mokn?
-
Joa joaaa…, en azuu newoir...
-
Verdeme, kpeize dat goi snuien...
-
Godvermiljaarde, zoedet peizn, jogt?
-
Joa joaaa, azu gepeist, azu
vergoin...
-
Ah tzal nog goin beetren...
-
Nienient, jong, volgens mij goit
smuurn...
-
Eh kzaluigoinèn...
-
Joa, van nui vuurt...
-
Tzal ui voiren...
Abonneren op:
Posts (Atom)



